Nieuws

Verdeling pensioen na scheiding gaat veranderen

Onlangs is het wetsvoorstel Pensioenverdeling bij scheiding 2021 ingediend. Als dit wordt aangenomen, zal ouderdomspensioen voortaan anders worden verdeeld dan nu het geval is.

Iedere partner heeft nu bij scheiding recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Dat pensioen wordt dan verevend, wat betekent dat het pensioenfonds van (bijvoorbeeld) Jan gaat uitbetalen aan (bijvoorbeeld) Marie a) als Jan nog in leven is op de pensioengerechtigde leeftijd en b) met ingang van die pensioengerechtigde leeftijd van Jan.

Als Jan overlijdt vóórdat hij pensioen gaat ontvangen, krijgt Marie dus geen ouderdomspensioen van hem.

Verder moet Marie wachten met de ontvangst van pensioen totdat Jan pensioen ontvangt. Stel dat Marie 7 jaar ouder is dan Jan, en Jan krijgt pensioen vanaf zijn 68ste, dan is Marie dus al 75 jaar voordat zij haar deel in Jans pensioen krijgt.

Met het wetsvoorstel zal de wet moeten gaan passen bij de huidige tijd. In het wetsvoorstel zijn daarom o.a. de volgende wijzigingen opgenomen:

  1. Conversie wordt de standaardmanier van het verdelen van pensioen bij scheiding. Bij conversie wordt de pensioenband tussen de ex-partners Jan en Marie definitief verbroken. Marie krijgt een eigen aanspraak op haar deel van het ouderdomspensioen van Jan, die voor de uitbetaling niet langer afhankelijk is van het in leven zijn van Jan. Marie krijgt dus haar deels van Jans pensioen zodra zij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, ongeacht Jans leeftijd en of hij dan nog in leven is. Hierdoor kunnen beide ex-partners beter een eigen financiële planning maken.
  2. Het pensioenfonds informeert automatisch beide ex-partners over de conversie. Als zij niet binnen zes maanden afwijkende afspraken bekend hebben gemaakt aan het pensioenfonds, gaat het pensioenfonds ervan uit dat de standaardregeling van toepassing is en voert de conversie door.
    Als er geen uitbetaling is geregeld via het pensioenfonds moet degene die aanspraak maakt op pensioen van de ander zelf bij die ander aankloppen. Dit laatste is nu ook al zo en dit leidt regelmatig tot problemen doordat degene die het gehele pensioen ontvangt niet tig jaren na de scheiding een deel daarvan wil overmaken aan de ander. Het is dus belangrijk dat het pensioenfonds tijdig op de hoogte is van de afgesproken regeling.
  3. De periode waarover het bijzonder partnerpensioen wordt afgesplitst wordt beperkt tot de periode waarin partijen gehuwd waren. Nu is het zo dat ook de voorhuwelijkse periode wordt verdeeld. Dit lijkt niet logisch en daar komt dus straks een einde aan.

Als dit wetsvoorstel wordt geaccepteerd zullen de nieuwe regels van toepassing op scheidingen vanaf de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel per 2021.